Toeschouwer van het eigen leven

Toeschouwer van het eigen leven

Toeschouwer van het eigen leven

Een dag uit het leven van een afdeling dementiezorg

Een dagje dierentuin of een concert bezoeken zit er niet meer in voor de bewoners van afdeling Duizendblad. Medewerkers op deze afdeling zoeken naar nieuwe persoonsgerichte alternatieven voor een zinvolle dagbesteding. Soms kan toeschouwer zijn van koken en bewegen al voldoende ingrediënt zijn voor een dag met een gouden randje. Een reportage.

“Lieve Han, ik heb dit boekje gemaakt in de hoop dat je hier een beetje steun aan hebt. Je vertelde dat je steeds meer moeite hebt met je geheugen en bang bent om je naaste familie niet meer te herkennen. Nu kun je hier nog eens kijken hoe je familie in elkaar zit.” Mevrouw Klück, op de woongroep ‘tante Han’ genoemd, leest voor uit het boekje dat haar zus voor haar heeft gemaakt. Met veel foto’s van haar ouders, zussen en broer, haar man en kind. “Dat vind ik heel fijn. O, ik zou zo weinig nog weten. Maar als ik in dit boek kijk, komen toch altijd nog dingetjes boven”, zegt ze stralend. “Kijk, hier staan de foto’s van de huizen waar ik in Arnhem heb gewoond. En hier staat dat ik daarna naar Lekkerkerk ben verhuisd. Dat zou ik zelf totaal vergeten zijn.”

Het is acht uur. Tante Han heeft net haar ontbijt op en zit keurig aangekleed in haar favoriete hoekje in de gezamenlijke huiskamer. Ze is de vroege vogel van de bewoners van afdeling Duizendblad, een kleinschalige woongroep voor mensen met dementie in verpleeghuis Tiendhove in Krimpen aan den IJssel. Haar buurvrouw, mevrouw De Wild (Tante Irene), was om kwart over zeven nog in diepe rust, toen verzorgende Maria Scherpenisse even haar kamer inliep. Maar Tante Han zat bij haar binnenkomst al op de rand van haar bed. “Ik ben zo blij dat jullie er zijn. Dat er iemand is om me te helpen”, zei ze tegen Maria. “Ik heb toch zo vreemd gedroomd. Alleen weet ik niet meer precies wat.” Tante Han kan nog veel zelf doen bij het wassen en aankleden. Zolang dat gaat, wordt dat hier gestimuleerd, vertelt haar verzorgende.
En dus heeft Tante Han haar twee boterhammen met witte chocoladepasta al achter de kiezen als Maria met de tweede bewoner, die in een rolstoel zit, komt binnenrijden. “Vroeger probeerden we zoveel mogelijk samen te ontbijten in Tiendhove. Nu de doelgroep steeds zwaardere problematiek heeft, is dat niet meer te doen. Het is nu belangrijker dat we de bewoners een voor een uit bed  halen en helpen rustig wakker te worden.”

Boontjes doppen
In Tiendhove zijn acht woongroepen zoals Duizendblad, waar zich elke dag een vergelijkbaar ritueel voltrekt. Elke woongroep heeft zes bewoners. Voor iedere groep is een verzorgende zoals Maria verantwoordelijk voor hun zorg en welzijn. De verzorgende wordt daarbij geholpen door de activiteitenbegeleiding die de verschillende groepen langsgaat om de bewoners in beweging te krijgen. Afhankelijk van beschikbaarheid krijgt Maria gedurende de dag hulp van een vrijwilliger en/of een stagiair. Vandaag wordt ze geholpen door vrijwilliger Leida Stolk en stagiair Rachél. “Zij zijn enorm belangrijk. Dankzij hen krijgen de bewoners meer persoonlijke aandacht.”
Dat blijkt al aan de ontbijttafel. Terwijl Leida de boontjes voor het avondeten zit te doppen (in Tiendhove wordt in de huiskamer zelf gekookt), eten Tante Zus en Tante Lien hun boterham met jam op. Maria en Rachél zijn intussen alweer druk bezig met het douchen van Tante Irene. “Dat ik hier zit, geeft de meiden van de zorg rust”, zegt Leida. Elke dinsdag en woensdag is zij present. Het ideaalbeeld zou zijn om samen met de bewoners de maaltijd te bereiden. De realiteit is helaas anders. “Deze mensen zijn daarvoor bijna allemaal helaas in te slechte conditie. De meesten hebben werkelijk geen idee hoe zij aardappels moeten schillen of boontjes doppen.”
Dat de maaltijd wel in de groep wordt bereid en de geur van sudderend draadjesvlees al de hele ochtend te ruiken is, helpt wel bij het huiselijke gevoel voor de bewoners. En het bevordert ook de eetlust.

Overlijden
In Duizendblad is vorige week net een bewoner overleden, zodat er nu tijdelijk vijf vrouwen wonen. Volgende week wordt de lege plek ingenomen door een nieuwe bewoner. Ouderen blijven steeds langer thuis wonen en dat zorgt ervoor dat zij in een steeds latere fase van hun dementie in het verpleeghuis worden opgenomen. Dat betekent dat veel vaker dan vroeger iemand overlijdt. Voor stagiair Rachél was het overlijden vorige week echter de eerste. Dat vond zij best heftig. “Ook in mijn familie had ik nog nooit een overlijden meegemaakt. Je bouwt toch een band met een cliënt op en dan is ze er ineens niet meer.”

Rachél is eerstejaars leerling verpleegkunde. “Ik dacht dat het in de ouderenzorg heel slecht was. Mijn ervaring in Tiendhove heeft mijn beeld sterk veranderd.” Vooral de een-op-een contacten met de bewoners vindt ze mooi. Dus als Tante Han na de lunch een ommetje wil maken, gaat ze graag mee. Tijdens het wandelen gaat ze gezellig met haar in gesprek. Han is duidelijk het meest vitaal van de bewoners in deze groep. Maar haar dementie maakt haar wel onzeker en ze is zich er nog bewust van dat ze steeds dingen vergeet. “Dat vind ik zo raar”, zegt ze onder het lopen tegen Rachél. “Vroeger wist ik van alles en kon ik dingen juist heel goed onthouden. Nu vergeet ik steeds dingen. Soms denk ik: was het nog maar zoals vroeger!”

Toch geniet Tante Han met volle teugen van deze dag. Ze gaat op in de muziek en de beelden van de dvd van André Rieu die wel twee keer wordt afgespeeld. Haar handen bewegen mee op het ritme en een glimlach verschijnt op haar gezicht. Han is de enige die actief mee kan doen met de ochtendactiviteit waarbij ballonnen worden overgeslagen aan de keukentafel. Han snijdt zelf haar spekpannenkoek met stroop. Ze is de enige die vandaag naar buiten gaat. En ze maakt ‘s middags als enige zelf een paasknutselwerk.

Gratis pannenkoeken
En de andere bewoners? Ze zitten naast elkaar aan tafel, maar kunnen niet of nauwelijks met elkaar communiceren. Ze haken aan bij de dvd van André Rieu en drinken zwijgend hun koffie en eten een lekker koekje. Een bewoner gaat op in een gesprek met haar knuffel en heeft de dikste pret. Als Leida om half één een stapel pannenkoeken serveert voor de lunch, is dat duidelijk een hoogtepunt. “Ik heb geen portemonnee bij me”, verontschuldigd Tante Zus zich. “Je hoeft hier niet te betalen hoor”, stelt Maria haar gerust. “Het is gratis en voor niets.” Nadat zij het ‘Onze Vader’ met de bewoners heeft gebeden, maakt ze de pannenkoeken voor hen klaar. Onder het eten vertelt Tante Zus over haar jeugd als schipperskind. Tante Irene opent vragend haar mond voor een volgend stukje, terwijl diezelfde mond bij het ontbijt nog stijf dicht bleef. Als haar pannenkoek op is, valt ze in slaap. “Laat haar maar hoor”, zegt Tante Zus moederlijk. “Dat is het beste.”

‘Oma’, de oudste bewoner van de groep (98), ligt de hele ochtend op bed en meldt zich pas rond theetijd. Daar blijkt ze ineens een gangmaker te zijn en strooit ze met complimentjes richting de medewerkers. “U bent zo mooi”, zegt ze vol verwondering een aantal keer.

Persoonsgerichte zorg
Verzorgende Maria heeft alles onder controle vandaag. Terwijl de bewoners met de activiteitenbegeleiding in de weer zijn, doet zij alvast online de boodschappen voor de komende dagen. “We bestellen alles zelf, zodat we ook echt kunnen eten wat de bewoners lekker vinden.” Dat kost wel wat extra werk, maar helpt om de zorg zo persoonsgericht mogelijk te maken. Maria gaat er prat op dat de maaltijden in haar groep altijd vers en gevarieerd zijn. Dit is een van de belangrijkste activiteiten op een dag voor haar bewoners en goed eten is ook belangrijk voor hun gezondheid. “Ik voel me hier soms net moeder overste van de afdeling”, grapt Maria. Ze werkt nu ruim zeven jaar in Tiendhove en heeft de doelgroep in die tijd sterk zien veranderen. “Toen ik kwam, namen we bewoners nog mee naar een concert, de dierentuin of het pannenkoekenhuis. Dat zou ik nog wel willen, maar de mensen hebben daar de levenslust niet meer voor.” Dat betekent dat zij met de activiteitenbegeleiding zoekt naar een dagbesteding die nog wel aansluit. “Dat betekent vooral even een momentje maken van het koffie drinken, een muziekje opzetten of even tutten met de dames. Dat is genoeg. De activiteiten moeten we steeds meer in die richting zoeken.”

Dat beaamt Alhaam Alsaddy, de activiteitenbegeleider. Ze speelt een spel waarbij ballonnen worden overgespeeld, maar moet twee bewoners letterlijk bij de hand nemen om hen in beweging te krijgen. Dit soort spellen zijn steeds lastiger te doen met deze doelgroep, maar houdt hen wel in beweging en actief. “Bewegen is belangrijk om in goede conditie te blijven en zo lang mogelijk te blijven functioneren. En ook als dat niet meer gaat, is het kijken al een activiteit op zichzelf. Het is een gezellig moment. Soms doen wij de activiteit van a tot z, als we bijvoorbeeld iets gaan bakken. Mensen ruiken en beleven wat wordt gedaan. Dat roept ook de herinnering aan vroeger al op. Zo werken we samen aan een zinvolle en sociale dagbesteding.”
Voor alle bewoners is een behoeftebloem ingevuld, waarin in de ik-vorm is opgeschreven wie iemand is en welke activiteiten hij of zij fijn vindt. Dat is een belangrijke stap om de dagbesteding persoonsgericht te maken, ook als er een zorgcollega uit de flexpool komt werken of een nieuwe stagiair, die de bewoner niet persoonlijk kent.
Tante Han kan nauwelijks meer communiceren. Aan de blik in haar ogen is te zien dat ze wel iets wil vertellen, maar het lukt niet meer. ‘s Middags komt haar man Koos op bezoek, zoals bijna elke dag. Hij schuift een stoel naast haar rolstoel en gaat zitten. Hij houdt haar hand vast en praat zacht tegen haar. Het liefst had hij haar nog langer thuis verzorgd, maar dat ging niet meer. “Toen er een plekje in Tiendhove vrij kwam, zei mijn huisarts dat we die kans moesten nemen. Anders bestond de kans dat mijn vrouw in een crisissituatie ineens naar een verpleeghuis verder weg zou moeten. Nu woon ik om de hoek en kan ik elke dag even langs komen.” Liefdevol kijkt hij zijn vrouw aan. “Het is een rotziekte”, zegt hij. “Ook al zit ze hier nog, je bent haar eigenlijk al kwijt.”
De bewoners krijgen niet alleen aandacht van naaste familie. Rond de middag komt Ria van den Ent met twee bloembakjes de huiskamer binnenlopen. Die zijn voor twee bewoners van de groep die bij de IJsseldijkkerk horen. Ria bezoekt hen regelmatig als pastoraal medewerker. “Ik ga dan bijvoorbeeld even met Tante Zus naar haar kamer. Dan zingen we samen een lied of lezen we uit de Bijbel. Heerlijk vindt zij dat. Je haalt hen even uit hun eigen wereldje. Ook al kunnen zij niet meer naar de kerk, ze tellen voor ons nog helemaal mee.”

‘Liefde staat voorop’
Maria geniet ervan dat haar bewoners vandaag goed in hun vel zitten en op hun eigen wijze meedoen met de activiteiten. De aanwezigheid van de stagiair en vrijwilliger geven haar de kans om ook de administratie bij te werken. Hoe doet ze dat op dagen dat er geen extra hulp is? “Die dagen zien er wel anders uit. Vaak stel ik op zo’n dag andere prioriteiten. Dan beperk ik de administratie tot het hoogst noodzakelijke en probeer ik me vooral op de bewoners te richten. Wat ik het belangrijkst vind in de zorg in Duizendblad, is liefde aan de mensen geven. “Dat staat bij mij echt voorop. Het is weleens lastig dat de werkdruk en administratieve last soms hoog is. Dus ik probeer daarom steeds te bedenken dat we de bewoners niet moeten vergeten. Eventjes naast iemand zitten als iemand in de war is. Dat stellen ze onwijs op prijs. Vaak zeggen ze dan ook: dankuwel! Ze laten zien dat ze die aandacht ook echt waarderen. Dat je aandacht geeft op de momenten dat het nodig is.” Vandaag ging dat erg goed. “Een dag met een gouden randje.”

Dit interview komt uit het Lelie magazine dat in juni 2018 verscheen. (Tekst en beeld: Stephan Bol)
Klik hier om door dit Lelie magazine te bladeren. Klik hier om het meest recente Lelie magazine gratis aan te vragen.

Zorg verdient waardering

www.leliezorggroep.nl

Waardeer mij

0900 258 2583

Vragen? Advies nodig?

Neem dan contact op met een van onze adviseurs.